Baan
Singular forms
'Baan' is een de-woord (vrouwelijk/mannelijk): 'de baan', 'een baan'.
- Definite (de/het)
- Indefinite (een)
- Without article
Plural forms
Het meervoud is 'banen', met een enkele -a-: 'de banen', 'veel banen'.
- Definite (de)
- Without article
Diminutive form
Een klein, vaak tijdelijk of informeel baantje — ook in de sportbetekenis: 'twintig baantjes zwemmen'.
informeel
Common compounds
parttimebaan
een baan voor minder dan fulltime uren
bijbaan
een tweede baan naast een vaste baan of studie
zwembaan
een afgebakend spoor in een zwembad
spoorbaan
het spoor waarop een trein rijdt
Common word combinations
vast
'Vaste baan' betekent een baan voor onbepaalde tijd.
tijdelijk
'Tijdelijke baan' is een baan voor een korte periode.
zoeken
'Een baan zoeken' is solliciteren naar werk.
krijgen
'Een baan krijgen' is aangenomen worden.
Important notes
- usage:'Baan' heeft veel verschillende betekenissen: werk, sportbaan, rijbaan, orbit en strook stof of behang. De context maakt duidelijk welke bedoeld is.
- countability:'Baan' is telbaar in alle betekenissen: 'één baan', 'twee banen', 'drie baantjes zwemmen'.
- register:'Baantje' klinkt informeler dan 'baan' en wordt vaak gebruikt voor kleine of tijdelijke werkjes.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.