Ik wil nu beginnen met leren.
Een beginnende zanger leert veel.
De beginnend kunstenaar is erg creatief.
De beginnende loper trainde elke dag.
ik
Ik begon gisteren met mijn huiswerk.
wij / we
Wij begonnen toen met het project.
Zij zijn al begonnen met het diner.
Beginne alsjeblieft met de presentatie.
jij / je
Begin nu, het is tijd!
u
U begint best snel.