(op het werk of thuis iets samen doornemen)
We bespreken morgen de planning voor het nieuwe project.
Ik wil dit even rustig met je bespreken.
We moeten dit nog even bespreken voor de vergadering begint.
Gisteren bespraken we de nieuwe regels met het hele team.
Ik heb het probleem uitgebreid met mijn baas besproken.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(een tafel in een restaurant of kaartjes regelen)
Ik heb een tafel voor vier personen besproken bij het Italiaanse restaurant.
Je moet de kaartjes op tijd bespreken, anders zijn ze uitverkocht.
Heb jij al een tafel besproken voor vrijdagavond?
We bespreken twee plaatsen op het balkon van het theater.
(recensie of boekbespreking)
De criticus bespreekt deze week de nieuwe roman van Grunberg.
In het programma worden elke zondag twee films besproken.
Op de radio wordt vandaag een nieuw boek over klimaatverandering besproken.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.