(een hond die reageert op een geluid of bezoeker)
De hond van de buren blaft de hele nacht door.
Onze pup blafte hard toen de postbode aanbelde.
De hond blaft naar de postbode.
De buurhond blafte urenlang tegen de kat in de tuin.
De honden hebben de hele ochtend geblaft naar de fietsers.
Een blaffende hond bijt meestal niet.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(iemand die kortaf en streng commandeert)
De baas blafte bevelen naar zijn personeel.
Hij hoeft niet zo tegen mij te blaffen, ik doe gewoon mijn werk.
Blaf niet zo tegen je zusje, praat normaal.
De trainer blafte zijn instructies over het sportveld.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.