NEDERLANDS
🇬🇧

Bouwen

VerbA2

Auxiliary verb

hebben

regelmatig werkwoord

Het werkwoord 'bouwen' kan zowel letterlijk (fysieke constructie) als figuurlijk (opbouwen van relaties, systemen) gebruikt worden.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u, wij / we, jullie

  • hij, zij / ze, het

Gebiedende wijs

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie

Tegenwoordig deelwoord

Voltooid deelwoord

Examples

  • Ik bouw een huis voor mijn familie.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij bouwde vroeger veel met LEGO.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • We hebben een schuur gebouwd in de tuin.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Bouw jij ook mee aan deze gemeenschap?

    tegenwoordige tijd, vragende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.