(het dagelijks leven in de straat of het appartementencomplex)
Onze nieuwe buur heeft zich gisteren voorgesteld.
De buren van hiernaast zijn altijd erg vriendelijk.
Mijn buur helpt me vaak met de tuin.
De buren boven ons maken soms te veel lawaai.
Ik heb de sleutel bij de buur achtergelaten voor de pakketbezorger.
Onze vorige buren zijn vorig jaar verhuisd naar Utrecht.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.