🇬🇧

Controleren

Auxiliary verb

hebben

hebben; trans

'Controleren' is een regelmatig overgankelijk werkwoord dat altijd een lijdend voorwerp nodig heeft: je controleert iets of iemand. De nadruk ligt op het nakijken of toezien op iets. In de betekenis 'beheersen' of 'macht hebben over' wordt het vaak gebruikt in het passief ('wordt gecontroleerd door').

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Gebiedende wijs

Aanvoegende wijs

Examples

  • De arts controleert elke week haar bloeddruk.

    tegenwoordige tijd, indicatief

  • De politie controleerde alle fietsers op lichten.

    verleden tijd, indicatief

  • Ik heb de cijfers drie keer gecontroleerd.

    voltooide tijd, indicatief

  • Controleer altijd of het gas uit is!

    gebiedende wijs, imperatief

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.