(je zegt het als iemand je helpt of iets voor je doet)
Dankjewel voor je hulp met de verhuizing!
Ik kreeg een cadeautje, dus ik zei: 'dankjewel'.
Dankjewel voor de bloemen, ze zijn prachtig.
Dankjewel, dat is echt heel lief van je.
Ik zei dankjewel tegen de buurman die het pakketje aannam.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(als iemand onverwacht iets aardigs voor je doet)
(gebruikt in een vertrouwde, informele sfeer)
Dankjewel dat je op mijn huisdier hebt gepast!
Ik waardeer je advies, dankjewel.
Dankjewel hoor, dat je even belde.
Een warm dankjewel aan iedereen die gisteren heeft geholpen.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.