🇬🇧

Fruit

de-hetCommon nounA1

Singular forms

Het woord 'fruit' is een onzijdig zelfstandig naamwoord en betekent: eetbare, zoete of sappige vruchten van planten.

Definite (de/het)
Indefinite (een)
Without article

Plural forms

De plurale vorm 'vruchten' wordt vaak gebruikt om verschillende soorten of variëteiten te beschrijven.

Definite (de)
Without article

Diminutive form

Het diminutief 'fruitje' kan schattiger of minder serieus overkomen.

informeel

Common compounds

  • fruitboer

    een persoon die fruit verkoopt

  • fruitmand

    een mand waarin fruit is

  • fruitcake

    een cake gemaakt met fruit

Common word combinations

  • gezond fruit

    'Gezond fruit' verwijst naar fruit dat voedzaam is.

  • vers fruit

    'Vers fruit' betekent recentelijk geplukt en nog niet bederf.

  • fruit salade

    Een mengsel van verschillende soorten fruit.

Important notes

  • register:'Fruit' is een neutraal woord, geschikt voor zowel formeel als informeel gebruik.
  • countability:'Fruit' is meestal ontelbaar in het enkelvoud, maar de meeste vormen worden in een meervoudsvorm ('vruchten') gebruikt.
  • irregular:'Fruit' heeft geen onregelmatige vormen; het volgt de standaard regels van het Nederlands.

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.