(iemand expres pijn doen of pesten)
Waarom doe je zo gemeen tegen je zusje?
Dat was echt een gemene opmerking van hem.
Mijn broertje kan soms heel gemeen zijn als hij moe is.
Zij is de gemeenste pestkop van de hele klas.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(een vuile truc of een onverwachte valstrik)
Hij won de wedstrijd met een gemene truc.
De laatste vraag op het examen was echt gemeen.
Pas op, achter die bocht zit een gemene kuil in de weg.
(overeenkomst tussen personen of dingen benoemen)
Wij hebben veel gemeen, vooral onze liefde voor muziek.
Die twee broers hebben eigenlijk weinig met elkaar gemeen.
We hebben meer gemeen dan ik eerst dacht.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.