Attributive forms
Als je 'gemeen' gebruikt vóór een zelfstandig naamwoord, verandert het vaak in 'gemene'. Bijvoorbeeld: 'de gemene opmerking' of 'een gemene daad'. Als het zelfstandig naamwoord geen lidwoord heeft, gebruik je soms 'gemeen', zoals in 'gemeen gedrag'.
- With definite article
- With indefinite article
- Without article
Predicative form
Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijven' gebruik je altijd 'gemeen'. Bijvoorbeeld: 'Hij is gemeen' of 'Dat wordt gemeen'.
Comparative
Als je wilt zeggen dat iets of iemand gemener is dan iets of iemand anders, gebruik je 'gemener'. Bijvoorbeeld: 'Zij is gemener dan haar broer'. Je kunt ook 'gemener dan' gebruiken om een vergelijking te maken.
- Base form
- With "dan"
Superlative
Als je wilt zeggen dat iets of iemand het gemeenst is, gebruik je 'gemeenst' na het werkwoord (bijv. 'Hij is het gemeenst') of 'gemeenste' vóór het zelfstandig naamwoord (bijv. 'de gemeenste grap').
- Attributive
- Predicative
Important notes
- usage:'Gemeen' kan ook 'gezamenlijk' betekenen, maar dat is een ander woord met dezelfde spelling. Bijvoorbeeld: 'We hebben een gemeen doel'.
- spelling:Let op de spelling in de vergrotende en overtreffende trap: 'gemener' en 'gemeenst(e)'.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.