(prijs van producten of diensten)
Deze jas was heel goedkoop in de uitverkoop.
In die supermarkt is de groente altijd goedkoper dan bij ons.
Het brood is vandaag goedkoop.
We hebben een goedkope vlucht naar Lissabon geboekt.
Vroeger was benzine veel goedkoper dan nu.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(oordeel over materiaal of uitstraling)
Die schoenen zien er echt goedkoop uit.
Het hotel was prima, maar de meubels voelden een beetje goedkoop aan.
De verpakking ziet er goedkoop uit.
Ze droeg een goedkope ketting die snel groen werd.
(kritiek op een grap, argument of score)
Dat was een goedkope grap over zijn accent.
De spits scoorde goedkoop vanuit een strafschop in de laatste minuut.
Zijn reactie was nogal goedkoop.
De politicus probeerde goedkoop te scoren met dat verhaal.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.