Attributive forms
Als je 'goedkoop' voor een zelfstandig naamwoord gebruikt, zeg je meestal 'goedkope'. Bijvoorbeeld: 'de goedkope auto' of 'een goedkope fiets'. Bij onzijdige woorden in informeel taalgebruik kun je ook 'goedkoops' zeggen, zoals 'een goedkoops shirt'.
- With definite article
- With indefinite article
- Without article
Predicative form
Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijven' gebruik je altijd 'goedkoop'. Bijvoorbeeld: 'Deze jas is goedkoop' of 'Het wordt goedkoop'.
Comparative
Als je wilt zeggen dat iets minder duur is dan iets anders, gebruik je 'goedkoper'. Bijvoorbeeld: 'Deze telefoon is goedkoper dan die' of 'Hier is alles goedkoper'.
- Base form
- With "dan"
Superlative
Als je wilt zeggen dat iets het minst duur is, gebruik je 'goedkoopst' of 'goedkoopste'. Na 'het' of 'de' gebruik je 'goedkoopste', bijvoorbeeld: 'Dit is de goedkoopste winkel'. Zonder zelfstandig naamwoord gebruik je 'goedkoopst', bijvoorbeeld: 'Dit is het goedkoopst'.
- Attributive
- Predicative
Important notes
- usage:Informeel kan 'goedkoop' soms als 'goedkoops' gebruikt worden bij onzijdige woorden in de stellende trap, bijvoorbeeld: 'een goedkoops boek'. Dit is niet standaardtaal.
- spelling:Let op: in de vergrotende en overtreffende trap verandert de spelling van 'goedkoop' naar 'goedkoper' en 'goedkoopst(e)'.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.