NEDERLANDS
🇬🇧

Goedkoop

AdjectiveA1

Attributive forms

Als je 'goedkoop' voor een zelfstandig naamwoord gebruikt, zeg je meestal 'goedkope'. Bijvoorbeeld: 'de goedkope auto' of 'een goedkope fiets'. Bij onzijdige woorden in informeel taalgebruik kun je ook 'goedkoops' zeggen, zoals 'een goedkoops shirt'.

With definite article
With indefinite article
Without article

Predicative form

Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijven' gebruik je altijd 'goedkoop'. Bijvoorbeeld: 'Deze jas is goedkoop' of 'Het wordt goedkoop'.

Comparative

Als je wilt zeggen dat iets minder duur is dan iets anders, gebruik je 'goedkoper'. Bijvoorbeeld: 'Deze telefoon is goedkoper dan die' of 'Hier is alles goedkoper'.

Base form
With "dan"

Superlative

Als je wilt zeggen dat iets het minst duur is, gebruik je 'goedkoopst' of 'goedkoopste'. Na 'het' of 'de' gebruik je 'goedkoopste', bijvoorbeeld: 'Dit is de goedkoopste winkel'. Zonder zelfstandig naamwoord gebruik je 'goedkoopst', bijvoorbeeld: 'Dit is het goedkoopst'.

Attributive
Predicative

Important notes

  • usage:Informeel kan 'goedkoop' soms als 'goedkoops' gebruikt worden bij onzijdige woorden in de stellende trap, bijvoorbeeld: 'een goedkoops boek'. Dit is niet standaardtaal.
  • spelling:Let op: in de vergrotende en overtreffende trap verandert de spelling van 'goedkoop' naar 'goedkoper' en 'goedkoopst(e)'.

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.