Attributive forms
Als je 'grijs' voor een zelfstandig naamwoord zet, gebruik je meestal 'grijze'. Bijvoorbeeld: 'de grijze auto' of 'een grijze trui'. Bij onzijdige woorden zonder lidwoord, zoals 'haar', gebruik je 'grijs': 'grijs haar'.
- With definite article
- With indefinite article
- Without article
Predicative form
Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijven' gebruik je altijd 'grijs'. Bijvoorbeeld: 'De lucht is grijs' of 'Mijn haar wordt grijs'.
Comparative
Om te zeggen dat iets meer grijs is dan iets anders, gebruik je 'grijzer'. Bijvoorbeeld: 'Deze muur is grijzer dan die muur'. Je kunt ook 'grijzer dan' gebruiken: 'Deze steen is grijzer dan die steen'.
- Base form
- With "dan"
Superlative
Om te zeggen dat iets het meest grijs is, gebruik je 'grijst' (na 'zijn') of 'grijste' (voor een zelfstandig naamwoord). Bijvoorbeeld: 'Dit is het grijste pak' of 'Van alle wolken is deze het grijst'.
- Attributive
- Predicative
Important notes
- spelling:In de overtreffende trap krijgt 'grijs' een 't' aan het eind: 'grijst'. Dit is een regelmatige vorm.
- usage:Bij attributief gebruik (voor een zelfstandig naamwoord) voeg je meestal een 'e' toe: 'grijze'. Bij onzijdige woorden zonder lidwoord gebruik je soms 'grijs' (bijv. 'grijs haar').
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.