(iemand praat over zichzelf in de eerste persoon)
Ik ga vandaag naar de winkel.
Soms vind ik het moeilijk om vroeg op te staan.
Ik weet niet zeker of ik morgen kan komen.
Ik hou van warme chocolademelk in de winter.
Gisteren ben ik naar mijn oma gegaan.
Morgen bereid ik de rapporten voor de vergadering voor.
Ik weet het echt niet hoor.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(iemand beschrijft eigen handelingen of gevoelens)
Vandaag werk ik gewoon thuis.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.