(Reageren op een vraag of opmerking met een bevestiging)
"Was het druk in de stad?" "Inderdaad, heel druk."
"Jij woont toch in Utrecht?" "Inderdaad."
Inderdaad, dat denk ik ook.
"Heb je het pakje al opgehaald?" "Inderdaad, gisteren."
Welke zin inspireerde dit schilderij?
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.