(jongvolwassenen die nog thuis bij hun ouders wonen)
Mijn broer is vijfentwintig en hij woont nog steeds bij onze ouders in.
Veel studenten wonen in bij een hospita om de kosten laag te houden.
Hij woont nog in bij zijn ouders omdat de huren in de stad te hoog zijn.
Wij wonen al drie jaar in bij mijn schoonouders terwijl we sparen voor een eigen huis.
Weet je of hij nog bij zijn moeder inwoont?
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(een uitwisselingsstudent of au pair bij een gastgezin)
Tijdens haar uitwisseling woonde ze in bij een Nederlands gezin in Utrecht.
De au pair heeft een jaar bij ons ingewoond en paste op de kinderen.
Zij woonde een half jaar in bij een gastgezin in Amsterdam.
(een familielid dat permanent in huis komt wonen)
Toen oma niet meer voor zichzelf kon zorgen, is ze bij ons komen inwonen.
We hebben de zolder verbouwd zodat mijn schoonmoeder bij ons kan inwonen.
Mijn tante heeft na het overlijden van opa bij ons ingewoond.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.