NEDERLANDS
🇬🇧

Inwonen

VerbA1

Auxiliary verb

hebben

onovergankelijk werkwoord

Het werkwoord 'inwonen' betekent tijdelijk bij iemand anders wonen, vaak om praktische redenen zoals geld besparen of tijdens een overgangsperiode.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik

  • jij / je

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • Ik woon in bij mijn vriendin omdat mijn huis gerenoveerd wordt.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Zij heeft een jaar bij haar zus ingewoond voordat ze trouwde.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Wij woonden in bij familie toen we net in Nederland aankwamen.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Het is beter dat je bij ons inwoont tot je een baan hebt.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

Keep learning

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.