Attributive forms
Als je 'jaloers' voor een zelfstandig naamwoord zet, gebruik je 'jaloerse'. Bijvoorbeeld: 'de jaloerse kat' of 'een jaloerse blik'. Dit geldt voor zowel de- als het-woorden.
- With definite article
- With indefinite article
- Without article
Predicative form
Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijven' gebruik je altijd 'jaloers'. Bijvoorbeeld: 'Hij is jaloers' of 'Zij wordt jaloers'.
Comparative
Om te zeggen dat iemand meer jaloers is dan een ander, gebruik je 'jaloerser'. Bijvoorbeeld: 'Zij is jaloerser dan haar broer'. Je kunt ook 'jaloerser dan' gebruiken om een vergelijking te maken.
- Base form
- With "dan"
Superlative
Voor de overtreffende trap gebruik je 'jaloerste' als het voor een zelfstandig naamwoord staat, bijvoorbeeld: 'de jaloerste persoon'. Als het na een werkwoord staat, gebruik je 'jaloerst', bijvoorbeeld: 'Hij is het jaloerst'.
- Attributive
- Predicative
Important notes
- spelling:In de stellende trap krijgt 'jaloers' een -e in attributieve positie (voor een zelfstandig naamwoord).
- usage:'Jaloers' wordt vaak gebruikt om gevoelens van afgunst of nijd te beschrijven, vooral als iemand iets heeft wat jij ook graag wilt.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.