Auxiliary verb
hebben
onregelmatig werkwoord (splitsbaar: les|geven)
Het werkwoord 'lesgeven' betekent het onderwijzen van een vak of onderwerp aan anderen. Het kan zowel formeel (bijv. op scholen) als informeel (bijv. privélessen) gebruikt worden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
ik
jij / je, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Examples
Ik geef al vijf jaar les in Nederlands.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Vroeger gaf hij les op een basisschool, maar nu werkt hij op een universiteit.
verleden tijd, aantonende wijs
Zij heeft jarenlang lesgegeven voordat ze directeur werd.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Geef jij les aan deze groep of aan de andere?
tegenwoordige tijd, vragende wijs
Het is belangrijk dat u lesgeeft met enthousiasme.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.