(iets wat niet meer op zijn plaats zit)
De knoop van mijn jas zit los.
Laat de hond hier maar los lopen, er is niemand.
Mijn schoenveter is los.
De hond liep los door het park.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(iets als losstaand onderdeel, niet in een geheel)
Ik koop liever losse kaartjes dan een heel abonnement.
Dat was maar een losse opmerking, niks belangrijks.
Er liggen nog wat losse papieren op het bureau.
Dit zijn allemaal losse feiten zonder verband.
(iets buiten beschouwing latend)
Los van de prijs vind ik het ook gewoon lelijk.
Dat staat helemaal los van onze afspraak van gisteren.
Los van het weer wordt het sowieso een leuke dag.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.