NEDERLANDS
🇬🇧

Los

AdjectiveA2

Attributive forms

Als je 'los' voor een zelfstandig naamwoord gebruikt, verandert het vaak in 'losse'. Bijvoorbeeld: 'een losse tand' of 'de losse bladzijde'. Voor 'het' woorden in het enkelvoud gebruik je soms 'los' zonder 'e', zoals in 'los zand'.

With definite article
With indefinite article
Without article

Predicative form

Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijven' gebruik je altijd 'los'. Bijvoorbeeld: 'De hond is los' of 'De knoop wordt los'.

Comparative

Om te zeggen dat iets 'meer los' is, gebruik je 'losser'. Bijvoorbeeld: 'Deze band is losser dan die andere'. Je kunt ook 'losser dan' gebruiken om twee dingen te vergelijken.

Base form
With "dan"

Superlative

Voor het 'meest los' gebruik je 'lost' of 'loste'. Na 'het' gebruik je 'lost' (bijv. 'het loste voorbeeld'), en voor de-woorden of meervoud gebruik je 'loste' (bijv. 'de loste schroef').

Attributive
Predicative

Important notes

  • spelling:In de overtreffende trap wordt 'lost' gebruikt na 'het' en 'loste' voor de-woorden en meervoud.
  • usage:'Los' kan ook betekenen 'vrij' of 'zonder verplichtingen', bijvoorbeeld: 'Ik ben vandaag los van werk'.

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.