(apparaten, voorzieningen en werkplekken)
We hebben een mobiele tandartspraktijk die elke maand in het dorp staat.
Deze werkplek is helemaal mobiel en past in een kleine koffer.
De mobiele kliniek komt elke woensdag naar ons dorp.
Bij de bouwplaats staat een grote mobiele kraan.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(gezondheid van ouderen en patiënten)
Na de heupoperatie is mijn opa gelukkig weer helemaal mobiel.
Voor minder mobiele bewoners rijdt er elke dag een speciale bus.
Mijn moeder is op haar tachtigste nog heel mobiel.
(bellen en internetten onderweg)
Je kunt hier goed mobiel bellen want er is prima bereik.
Dit abonnement bevat onbeperkt mobiel internet in heel Europa.
Heb je hier goed mobiel bereik?
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.