🇬🇧

Paardrijden

1
Compound
Simple
Complex
Present Tense
Past Tense
Future Tense
Declarative
Interrogative
Imperative
Context & Scenario
Een kindachtige persoon rijdt gelukkig op een bruin paard in een levendig bos met groene bomen en een blauwe lucht.
2
Compound
Complex
Simple
Een levendig winterlandschap met mensen die paardrijden in de sneeuw, omringd door een gezellig dorp en kinderen die een sneeuwman bouwen.
3
Simple
Compound
Complex
Present Tense
Future Tense
Past Tense
Declarative
Interrogative
Imperative
Context & Scenario
Context & Scenario
Context & Scenario
Synonym
Related Word
Idiomatic
Een jong persoon leert paardrijden op een kleurrijk en fantasierijk paard terwijl bizarre wezens toekijken in een surrealistisch landschap.

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.