🇳🇱

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij

  • zij / ze

  • het

  • wij / we

  • jullie

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij

  • zij / ze

  • het

  • wij / we

  • jullie

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

Gebiedende wijs

Examples

  • Hij kan heel goed reden met zijn vrienden.

    tegenwoordige tijd, indicatief

  • Als je wilt, reden we naar de stad.

    tegenwoordige tijd, indicatief

  • Gisteren reed ik naar het strand.

    verleden tijd, indicatief

  • We zijn laat gereed met ons werk.

    voltooid deelwoord, indicatief

  • Ik hoop dat hij vandaag reden heeft.

    aanvoegende wijs, aanvoegende wijs

  • Reed snel naar huis!

    gebiedende wijs, gebiedende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.