Reis
deCommon Nouneen reis is een verplaatsing van de ene plaats naar de andere
(de activiteit van reizen)
Ik maak een reis naar Parijs voor mijn vakantie.
Onze reis naar Italië was een onvergetelijke ervaring.
- Compound
De verplaatsing naar mijn werk kostte langer dan normaal, maar het was de moeite waard.
- Complex
Als je naar Amsterdam reist, is de verplaatsing vaak snel en efficiënt, vooral met de trein.
- Simple
Een verplaatsing kan met de auto of het vliegtuig.
een geheel van vakantiedagen
(een reis kan ook de tijd inhouden)
Tijdens de zomervakantie plannen we altijd een reis.
Mijn reis was drie weken lang en vol avontuur.
- Simple
De herfstvakantie is een perfecte tijd om te ontspannen.
- Present Tense
Wij hebben vakantie in juli.
- Future Tense
Volgend jaar willen we naar Italië op vakantie gaan.
- Interrogative
Waar ga je deze vakantie naartoe?
- Context & Scenario
Na een drukke werkweek kijk ik altijd uit naar de vakantie.
- Synonym
Tijdens mijn vakantie in Italië heb ik veel nieuwe gerechten geprobeerd.
- Related Word
Deze reis was het hoogtepunt van mijn vakanties tot nu toe.
- Complex
Toen ik jonger was, vond ik het geweldig om op vakantie met mijn familie te gaan.
- Past Tense
Ik ging vorig jaar naar Frankrijk voor vakantie.
- Declarative
De vakantie is een tijd om te ontspannen.
- Imperative
Geniet van je vakantie!
- Context & Scenario
We organiseren een evenement op school in de kerstvakantie.
- Context & Scenario
Tijdens de zomer organiseren we vaak barbecues als we op vakantie zijn.
- Idiomatic
Het is belangrijk om in de vakantie even op adem te komen.
- Compound
Ik had een relaxte vakantie, maar mijn vrienden gingen naar Spanje.
een tocht of weg die je aflegt
(de route die je volgt)
De reis naar het bergdorp duurde langer dan verwacht.
Deze reis leidt ons door prachtige natuurgebieden.
- Compound
We maken een lange tocht en dan gaan we picknicken in het park.
- Past Tense
Gisteren maakten we een mooie tocht langs het strand.
- Interrogative
Kun jij de tocht naar het meer beschrijven?
- Context & Scenario
Laten we een tocht plannen met vrienden dit weekend.
- Related Word
De route die we volgen voor onze tocht is goed gemarkeerd.
- Simple
De tocht naar de top van de berg was vermoeiend.
- Present Tense
Ik loop elke zondag een tocht van vijftien kilometer.
- Imperative
Maak je een tocht door het bos!
- Context & Scenario
Tijdens de tocht zagen we verschillende dieren.
- Synonym
De expeditie gaat een uitdagende tocht aan.
- Idiomatic
Met de neus in de wind beginnen we aan onze tocht.
- Complex
Hoewel de tocht zwaar was, waren we blij met het prachtige uitzicht dat we zagen.
- Future Tense
Morgen zal ik een tocht plannen naar de schilderachtige stad.
- Declarative
De tocht duurt langer dan ik dacht.
- Context & Scenario
In de klas leren we over de tochten die ontdekkingsreizigers maakten.
een reis voor zakelijke doeleinden
(een zakenreis)
Voor mijn werk moet ik regelmatig op reis.
Hij heeft een reis naar Londen gepland voor zijn presentatie.
- Compound
Hij heeft een zakelijk reis geboekt, maar hij blijft ook een paar dagen voor plezier.
- Present Tense
Ik reis vaak voor zakelijke redenen.
- Declarative
De directie heeft besloten dat iedereen naar de beurs moet gaan voor zakelijke doeleinden.
- Imperative
Maak je klaar voor een zakelijk reis!
- Context & Scenario
Tijdens het diner hebben we gesproken over onze zakelijke ontmoetingen.
- Idiomatic
Als je zaken wilt doen, moet je bereid zijn om af en toe op reis te gaan.
- Simple
Zij gaat op een zakelijk trip naar Amsterdam.
- Past Tense
Vorige maand was ik op een zakelijk reis naar Berlin.
- Interrogative
Ga je met ons mee op de zakelijke reis naar Brussel?
- Context & Scenario
Ik moet mijn bagage inpakken voor mijn zakelijke reis.
- Related Word
De zakelijke overeenkomst werd getekend tijdens zijn reis.
- Complex
De presentatie, die tijdens zijn zakelijke reis plaatsvond, was zeer succesvol.
- Future Tense
Volgende week zal ze naar Parijs vertrekken voor een zakelijke conferentie.
- Context & Scenario
In de klas hebben we het gehad over de voordelen van een zakelijke reis.
- Synonym
Een zakelijk avontuur kan veel nieuwe inzichten bieden.
een kortere of minder belangrijke reis
(de diminutief vorm van reis, zoals reisje)
Ik heb een klein reisje gemaakt naar de stad.
We gingen op een leuk reisje met vrienden naar de kust.
- Complex
Het reisje dat we naar het park maakten, was erg ontspannend.
- Present Tense
Ik maak vaak kleine reisjes met de fiets.
- Declarative
Dit reisje naar de bergen is zeer aangenaam.
- Context & Scenario
Ik plan een kort reisje naar de stad dit weekend.
- Simple
Het reisje naar de markt was gezellig.
- Future Tense
Volgende maand ga ik op een kort reisje naar België.
- Imperative
Maak een kort reisje met je vrienden!
- Compound
Het reisje was kort, maar het was erg leuk.
- Past Tense
Vorige week maakten we een kort reisje naar Amsterdam.
- Interrogative
Ging je dat korte reisje naar de kust maken?