Singular forms
'Riem' is een zelfstandig naamwoord dat meestal verwijst naar een band die je om je middel draagt om je broek op te houden, of een veiligheidsband in een auto of vliegtuig.
- Definite (de/het)
- Indefinite (een)
- Without article
Plural forms
De meervoudsvorm van 'riem' is 'riemen'. Dit gebruik je als je het over meerdere riemen hebt.
- Definite (de)
- Without article
Diminutive form
Het riempje wordt vaak gebruikt voor kleine of schattige riemen, vaak voor kinderen of kleine accessoires.
informeel
Common compounds
veiligheidsriem
riem die je in de auto of vliegtuig draagt voor veiligheid
broekriem
riem die je om je broek draagt
riemgesp
het metalen deel van de riem waarmee je hem vastmaakt
Common word combinations
vastmaken
Vaak gebruikt met 'riem' in de context van veiligheid, zoals in auto's of vliegtuigen.
omdoen
Gebruikt wanneer je een riem als kledingaccessoire draagt.
leren
Veel riemen zijn van leer, dus dit is een veelvoorkomende combinatie.
Important notes
- usage:In de context van veiligheid (bijv. auto of vliegtuig) is 'riem' vaak onderdeel van de vaste uitdrukking 'veiligheidsriem'.
- countability:'Riem' is een telbaar zelfstandig naamwoord. Je kunt dus zeggen 'een riem', 'twee riemen', enzovoort.
- register:Het verkleinwoord 'riempje' wordt vaak informeel gebruikt, vooral voor kleine of schattige riemen.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.