Verb
Auxiliary Verb
hebben
werkwoord
Dit werkwoord beschrijft het proces van het reinigen of het in een goede staat brengen van iets.
Infinitief
Tegenwoordig deelwoord
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Verleden tijd
ik
jij / je, u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie