(Iemand de oorzaak noemen van een probleem of fout.)
Het is niet mijn schuld dat de trein vertraging heeft.
Geef niet altijd je broer de schuld van alles.
Sorry, het is mijn schuld.
Hij gaf zijn collega de schuld van de fout in het rapport.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(Geleend geld dat nog niet is afgelost.)
Hij heeft een grote schuld bij de bank.
Na jaren sparen kon ze eindelijk al haar schulden aflossen.
Veel jongeren hebben tegenwoordig schulden door studieleningen.
(Morele of juridische verantwoordelijkheid voor een misdaad.)
De verdachte heeft zijn schuld bekend voor de rechter.
Ze voelde nog jaren schuld over wat er gebeurd was.
Volgens de rechter is zijn schuld duidelijk bewezen.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.