(Over iemand die regelmatig sport en in goede conditie is.)
Mijn broer is heel sportief en gaat elke dag hardlopen.
Voor zo'n sportieve vrouw is een marathon geen probleem.
Mijn vriendin is heel sportief.
Sinds hij elke ochtend zwemt, is hij veel sportiever geworden dan vroeger.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(Over gedrag bij wedstrijden of meningsverschillen.)
Het was sportief van hem dat hij zijn tegenstander feliciteerde.
Wees nou even sportief en geef toe dat je verloren hebt.
Ondanks de teleurstellende uitslag bleef het team sportief en bedankte de scheidsrechter.
Dat was niet erg sportief van je.
(Over kleding, schoenen of auto's die er sportief uitzien.)
Ze droeg een sportieve broek en witte sneakers.
Hij rijdt in een sportieve auto met grote velgen.
Hij heeft een sportieve jas gekocht.
Het sportiefste model van deze fiets heeft een lichter frame en smallere banden.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.