NEDERLANDS
🇬🇧

Sportief

AdjectiveA1

Attributive forms

Als je 'sportief' voor een zelfstandig naamwoord zet, verandert het soms. Voor 'de' en 'het' gebruik je 'sportieve', zoals in 'de sportieve man'. Voor 'een' gebruik je 'sportief', zoals in 'een sportief kind'.

With definite article
With indefinite article
Without article

Predicative form

Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijven' gebruik je altijd 'sportief'. Bijvoorbeeld: 'Hij is sportief'.

Comparative

Als je wilt zeggen dat iemand of iets meer sportief is, gebruik je 'sportiever'. Bijvoorbeeld: 'Zij is sportiever dan haar vriendin'. Voor een zelfstandig naamwoord gebruik je 'sportievere', zoals in 'een sportievere speler'.

Base form
With "dan"

Superlative

Als je wilt zeggen dat iemand of iets het meest sportief is, gebruik je 'sportiefst' of 'sportiefste'. Na 'zijn' of 'worden' gebruik je 'sportiefst', zoals in 'Hij is het sportiefst'. Voor een zelfstandig naamwoord gebruik je 'sportiefste', zoals in 'de sportiefste atleet'.

Attributive
Predicative

Important notes

  • spelling:Bij de vergrotende en overtreffende trap verandert de spelling: 'sportief' wordt 'sportiever' en 'sportiefst'.
  • usage:'Sportiefs' gebruik je alleen als het zelfstandig naamwoord niet genoemd wordt, bijvoorbeeld in 'iets sportiefs'.

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.