NEDERLANDS
🇬🇧

Stuk

AdjectiveA2

Attributive forms

Als je 'stuk' gebruikt vóór een zelfstandig naamwoord, zeg je meestal 'stukke'. Bijvoorbeeld: 'de stukke fiets' of 'een stukke stoel'. Bij onzijdige woorden in het enkelvoud zonder lidwoord gebruik je soms 'stuks', zoals in 'stuks fruit'.

With definite article
With indefinite article
Without article

Predicative form

Na werkwoorden zoals 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'stuk'. Bijvoorbeeld: 'De televisie is stuk' of 'Het glas wordt stuk'.

Comparative

Om te zeggen dat iets meer kapot is dan iets anders, gebruik je 'stukker'. Bijvoorbeeld: 'Mijn horloge is stukker dan dat van hem'. Je kunt ook 'dan' toevoegen: 'Deze laptop is stukker dan de oude'.

Base form
With "dan"

Superlative

Om te zeggen dat iets het meest kapot is, gebruik je 'stukst' of 'stukste'. Na 'zijn' of 'worden' gebruik je 'stukst': 'Dit apparaat is het stukst'. Voor een zelfstandig naamwoord gebruik je 'stukste': 'Dit is de stukste auto van de garage'.

Attributive
Predicative

Important notes

  • irregular:Het woord 'stuk' heeft een onregelmatige vergrotende en overtreffende trap: 'stukker' en 'stukst(e)'.
  • usage:'Stuk' wordt vaak gebruikt om aan te geven dat iets kapot of defect is. Het kan ook betekenen dat iets niet meer werkt zoals het hoort.
  • spelling:In de stellende trap wordt 'stuk' gebruikt na 'zijn' of 'worden'. Voor zelfstandige naamwoorden gebruik je 'stukke' of 'stuks'.

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.