Stuur
deCommon Noundeel van een voertuig dat besturing mogelijk maakt
(iemand draait aan het stuur)
Hij houdt het stuur stevig vast terwijl hij rijdt.
Zij draaide snel het stuur om de bocht te maken.
- Simple
Het stuur is het belangrijkste onderdeel van de besturing van de auto.
- Present Tense
Ik draai aan het stuur als ik wil afslaan.
- Interrogative
Draai je aan het stuur om te keren?
- Context & Scenario
Tijdens de les leerden we over de besturing van verschillende voertuigen.
- Related Word
De besturing van de fiets verslechterde naarmate hij ouder werd.
- Compound
Het stuur is belangrijk voor de besturing, en ook de remmen zijn essentieel.
- Past Tense
Zij draaide aan het stuur toen ze het ongeluk zag aankomen.
- Declarative
De auto heeft een moderne besturing die gemakkelijk te gebruiken is.
- Context & Scenario
Ik draai aan het stuur terwijl ik met vrienden rijd.
- Context & Scenario
Bij het feest in het park had hij de besturing van de barbecue.
- Complex
Wanneer je aan het stuur draait, voel je de respons van de besturing in de auto.
- Future Tense
Ik zal het stuur stevig vasthouden tijdens de rit.
- Imperative
Houd het stuur goed vast als je rijdt!
- Synonym
Het stuur is ook wel het stuurwiel genoemd in de automobielindustrie.
- Idiomatic
Met de besturing van deze auto heb je alles onder controle.
sturing of leiding geven aan iets, zoals een organisatie of project
(iemand heeft het stuur in handen)
De directeur heeft het stuur van het bedrijf goed in handen.
Zij neemt het stuur over bij het project.
- Compound
Hij geeft leiding aan het team, en zij maakt de plannen.
- Complex
De manager, die veel ervaring heeft, geeft leiding aan het project.
- Simple
Hij geeft leiding aan het team.
- Present Tense
We geven altijd leiding tijdens de vergadering.
- Past Tense
Gisteren gaf zij leiding aan de training.
- Future Tense
Volgende week zal hij leiding geven aan het evenement.
- Declarative
De leidinggevende neemt elke beslissing.
- Interrogative
Neem jij de leiding over het project?
- Imperative
Geef leiding aan het team met vertrouwen!
- Context & Scenario
Ik heb leiding gegeven aan mijn collega's bij het project.
- Context & Scenario
In school leert men hoe je leiding kunt geven.
- Context & Scenario
Tijdens de vergadering gaf hij leiding aan het team.
- Synonym
De manager toont sterk leiderschap.
- Related Word
Een goede leider moet sturing geven aan zijn team.
- Idiomatic
Met de leiding in zijn handen, voelde hij zich zeker.
kleine versie van het stuur, vaak gebruikt in speelgoed of modellen
(een stuurtje of speeltje)
Het kinderautootje heeft een echt stuurtje dat kan draaien.
De jongen speelde met het stuurtje van zijn modelauto.
- Compound
Dit speelgoed heeft een stuurtje, maar het is te klein voor mijn hand.
- Complex
Het speelgoed, dat een kleine versie van een stuur bevat, is erg populair bij kinderen.
- Simple
Dit speelgoed heeft een miniatuur stuurtje.
- Present Tense
Dit stuurtje draait heel soepel.
- Past Tense
De jongen draaide het stuurtje van zijn speelgoedauto.
- Future Tense
Ik zal het stuurtje van het speelgoed morgen repareren.
- Declarative
Het speelgoed heeft een mooi stuurtje.
- Interrogative
Is dit het juiste stuurtje voor het speelgoed?
- Imperative
Speel met het stuurtje van het speelgoed!
- Context & Scenario
Hij speelt vaak met het stuurtje van zijn auto.
- Context & Scenario
We leren over verschillende soorten speelgoed, zoals dit stuurtje.
- Context & Scenario
Tijdens het feestje gaven we iedereen speelgoed met een stuurtje.
- Synonym
Dit speelgoed, ook wel een modelauto genoemd, heeft een flexibele stuur.
- Idiomatic
Met dat stuurtje in zijn handen, voelt hij zich als een echte automobilist.
- Related Word
Het speeltje heeft een prachtig ontwerp dat lijkt op een echt stuurtje.