Sturen
Verbeen bericht, pakket of informatie naar iemand zenden
(iets via post of elektrische middelen sturen)
Ik ga de uitnodigingen vandaag sturen.
Zij heeft een e-mail gestuurd naar haar collega's.
- Compound
Ik verzend een pakket naar mijn vriendin, maar ik heb geen stampes.
- Future Tense
Ik zal het pakket morgen verzenden.
- Interrogative
Verzend je dit document naar de juiste afdeling?
- Context & Scenario
Als je het bericht niet verzendt, komt de afspraak niet door.
- Simple
Ik verzend een pakket naar mijn vriendin.
- Complex
De brief die ik heb verzonden, is nog niet aangekomen.
- Present Tense
Hij verzendt elke dag een e-mail naar zijn klanten.
- Past Tense
Gisteren heb ik een kaart verzonden naar mijn ouders.
- Declarative
Ze verzendt elke week nieuwsbrieven naar haar abonnees.
- Imperative
Verzend het pakket vandaag nog!
- Context & Scenario
Na het werk ga ik het pakket verzenden.
- Context & Scenario
In de klas leren we hoe we digitaal kunnen verzenden.
- Synonym
Hij heeft het document verstuurd, ook al was hij niet zeker van de adres.
- Related Word
Het verzenden van informatie kan soms een uitdaging zijn.
- Idiomatic
Ik heb geen idee wat er met mijn brief is gebeurd; misschien is hij in de post verloren gegaan.
de richting of koers van iets veranderen of bepalen
(een voertuig sturen)
Hij moet snel reageren om de auto goed te sturen.
Zij leerde hoe ze de fiets moet sturen op de smalle paden.
- Compound
De auto gaat in de verkeerde richting, maar de chauffeur ziet het niet.
- Past Tense
Ik stuurde de motor naar de juiste richting.
- Interrogative
Verander je de richting van het voertuig?
- Context & Scenario
Tijdens de rijles leerde ik hoe ik de richting van de auto moest corrigeren.
- Related Word
De richtlijn voor de nieuwe wegen is om veilig te rijden.
- Complex
De automobilist, die twijfelt over de richting, vraagt om hulp aan een voorbijganger.
- Future Tense
Ik zal de boot in de goede richting sturen.
- Imperative
Verander de richting en houd je ogen op de weg!
- Context & Scenario
Tijdens het feest moeten we de richting van het gesprek bepalen.
- Idiomatic
Ze stuurde de auto recht de weg op, zonder de richting te verliezen.
- Simple
De auto gaat in de verkeerde richting.
- Present Tense
Ik stuur het voertuig naar rechts.
- Declarative
De bestuurder moet de richting aanpassen.
- Context & Scenario
Als ik naar het werk rij, moet ik vaak de richting van de auto veranderen.
- Synonym
Hij koos een andere koers voor zijn leven.
begeleiden of aansteken in een bepaalde richting
(iemand sturen in een bepaalde richting)
De docent stuurde de studenten naar het juiste lokaal.
Het personeel kreeg aanwijzingen over hoe ze de klanten moesten sturen.
- Simple
Ik begeleid mijn vrienden tijdens hun reis naar Amsterdam.
- Present Tense
Ik begeleid studenten bij hun projecten.
- Compound
Ik begeleid mijn vrienden tijdens hun reis naar Amsterdam, maar ik kan niet de hele weg met hen meegaan.
- Past Tense
Ik begeleidde de nieuwe medewerkers bij hun inwerkperiode.
- Declarative
De coach begeleidt de spelers tijdens de training.
- Context & Scenario
Ik begeleid mijn kinderen naar school elke ochtend.
- Context & Scenario
De werkgever begeleidt zijn medewerkers in hun loopbaanontwikkeling.
- Related Word
De leraar gebruikt verschillende methoden om de studenten te begeleiden.
- Complex
Wanneer ik mijn vrienden begeleid naar Amsterdam, leer ik ze ook veel over de stad.
- Idiomatic
Als je je vrienden wilt helpen, moet je ze begeleiden.
- Future Tense
Ik zal de kinderen de volgende keer begeleiden op het schooluitje.
- Imperative
Begeleid je team naar succes!
- Synonym
Het begeleiden van kinderen vereist geduld.
- Interrogative
Begeleid je ons naar de volgende hal, alstublieft?
- Context & Scenario
Tijdens het feest begeleidde ik de gasten naar de dansvloer.
vloeistof of substantie naar een andere plaats leiden
(iets vloeibaars sturen)
Ik moet het water naar de tuin sturen met de tuinslang.
De technicus zal de luchtstroom goed moeten sturen.
- Compound
Ik verplaats de melk naar de koelkast, en mijn zus doet de eieren in de kast.
- Past Tense
Gisteren verplaatste ik het zand naar de zandbak.
- Imperative
Verplaats de planten naar het zonnetje!
- Context & Scenario
Tijdens het feest verplaatsen we de drankjes naar de tuin.
- Idiomatic
We moeten het water verplaatsen, anders staan we straks met ons voeten in het water.
- Simple
Ik verplaats de melk naar de koelkast.
- Future Tense
Ik zal het verf naar de garage verplaatsen.
- Interrogative
Verplaats je de vloeistof naar de juiste plek?
- Context & Scenario
In de les leren we hoe we vloeistoffen kunnen verplaatsen met verschillende technieken.
- Related Word
De technicus gebruikt een pomp om de vloeistof te verplaatsen.
- Complex
Het water dat ik verplaats naar de vijver, is fris en helder.
- Present Tense
Ik verplaats de olie naar de pan.
- Declarative
Delass is het water verplaatst naar de juiste plaats.
- Context & Scenario
Ik verplaats het water elke week naar de regenwatercontainer.
- Synonym
Een synoniem voor 'verplaatsen' is 'overbrengen'.