Stuur
hetCommon Nounonderdeel van een voertuig waarmee men de richting kan bepalen
(iemand draait aan het stuur)
Zij houdt het stuur stevig vast tijdens het rijden.
Ik heb het stuur niet goed vastgehouden en ben bijna van de weg gegaan.
- Complex
Wanneer je het stuur draait, moet je goed opletten dat je niet te ver naar één kant leunt.
- Present Tense
Ik gebruik het stuur om naar rechts te sturen.
- Interrogative
Kun je het stuur recht houden terwijl ik een gesprek heb?
- Simple
Het stuur reageert snel op kleine bewegingen.
- Past Tense
Gisteren draaide ik het stuur te ver en raakte de stoep.
- Imperative
Draai het stuur netjes als je de bocht omgaat!
- Compound
Hij draait het stuur naar links, maar tegelijkertijd kijkt hij in de spiegels.
- Future Tense
Morgen zal ik veel oefenen met het stuur.
- Declarative
De auto heeft een sportief stuur dat goed in de hand ligt.
- Context & Scenario
Als ik met mijn nieuwe auto rijd, voel ik hoe het stuur soepel draait.
onderdeel van een fiets waarmee men het voorwiel stuurt
(iemand stuurt een fiets)
Hij draaide het stuur naar links om de bocht te nemen.
Zij heeft het stuur van haar fiets vast en fietst snel.
- Compound
Ik draai het stuur naar rechts, en dat maakt het gemakkelijker om te sturen.
- Present Tense
Ik gebruik het stuur om de richting te bepalen.
- Imperative
Stuur de fiets voorzichtig om de scherpe bocht!
- Complex
Wanneer het stuur niet goed werkt, kan ik niet veilig fietsen.
- Past Tense
Zij draaide het stuur om niet tegen de muur te botsen.
- Declarative
De fiets is gemakkelijk te sturen.
- Context & Scenario
Elke ochtend fiets ik naar school en gebruik ik het stuur om de weg te vinden.
- Simple
Het stuur van mijn fiets is beschadigd.
- Future Tense
Morgen zal hij het stuur opnieuw afstellen voordat we vertrekken.
- Interrogative
Kun je het stuur een beetje naar beneden kantelen?
het doel dat je wilt bereiken, kwaliteit van een koers of richting
(de organisatie heeft een duidelijk stuur)
Het bedrijf heeft een nieuw stuur om de strategie te veranderen.
Met een goed stuur kan je succesvol je doelen bereiken.
- Simple
De richting van het project is nu duidelijk.
- Compound
Het team moet de richting volgen die het management heeft vastgesteld, en iedereen moet samenwerken.
- Past Tense
Vorig jaar nam de organisatie een andere richting aan.
- Interrogative
Welke richting moet het bedrijf deze maand volgen?
- Complex
De richting die we kiezen, zal bepalen of we ons doel sneller kunnen bereiken.
- Present Tense
De organisatie volgt een nieuwe richting in haar strategie.
- Declarative
De organisatie heeft een duidelijke richting.
- Context & Scenario
Vandaag bespreken we de richting van ons team.
- Future Tense
In de toekomst zal de organisatie een meer duurzame richting inslaan.
- Imperative
Bepaal de richting voor ons volgende teamproject!
diminutief: klein stuur, meestal gebruikt voor speelgoed of miniaturen
(een klein stuur in een spel)
Het stuurtje van mijn fietsje is kapot.
De kinderen spelen met een auto met een klein stuurtje.
- Complex
Het speelgoed dat op de tafel ligt, is van de kinderen.
- Future Tense
De kinderen zullen met het speelgoed spelen.
- Interrogative
Is dit speelgoed van jou?
- Context & Scenario
Ik heb nieuw speelgoed voor mijn kinderen gekocht.
- Related Word
Dit schattige stuurdje is een belangrijk onderdeel van het speelgoed.
- Simple
Het speelgoed is schattig.
- Past Tense
De kinderen speelden met het speelgoed.
- Imperative
Kies leuk speelgoed voor het feestje!
- Context & Scenario
Tijdens het feest gaven we veel speelgoed aan de kinderen.
- Synonym
Het speelgoed is kleiner dan ik had verwacht.
- Compound
Het speelgoed is leuk, maar het is ook duur.
- Present Tense
De kinderen spelen met het speelgoed.
- Declarative
Dit speelgoed is van goede kwaliteit.
- Context & Scenario
We gebruiken speelgoed in de klas voor creatieve lessen.
- Idiomatic
Het kleine stuurdje maakt het speelgoed extra leuk!