(mijn telefoon, een nieuwe telefoon)
Mijn telefoon is bijna leeg.
Zij heeft een nieuwe telefoon gekocht.
Mijn telefoon gaat steeds af vandaag.
Hij heeft zijn telefoon in de trein laten liggen.
(een telefoon krijgen, de telefoon aannemen)
Ik kreeg een telefoon van mijn moeder.
Neem jij even de telefoon aan?
Er kwam een belangrijke telefoon voor je.
Ik heb nog even een telefoon met de dokter.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.