Verb
Auxiliary Verb
hebben
werkwoord
trappen betekent om een beweging te maken met de voeten om iets te duwen of te slaan.
Infinitief
Tegenwoordig deelwoord
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij
zij / ze
het
wij / we
jullie
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij
zij / ze
het
wij / we
jullie