Het werkwoord 'uitdoen' wordt meestal gebruikt in de context van kleren of objecten die worden verwijderd.
Infinitief
Tegenwoordig deelwoord
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij
zij / ze
het
wij / we
jullie
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij
zij / ze
het
wij / we
jullie
Voltooid deelwoord
Gebiedende wijs
jij / je
u
Aanvoegende wijs
Examples
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.