Vallen
Verbplotseling naar beneden gaan door de zwaartekracht
(iemand valt van een trap)
Hij viel van de ladder en heeft zijn enkel verstuikt.
Ze viel hard op de grond tijdens het schaatsen.
- Compound
Hij viel neerwaarts van de trap, maar zijn vrienden hielpen hem op.
- Future Tense
Morgen zal hij neerwaarts vallen als hij niet oppast.
- Context & Scenario
Ze viel neerwaarts na het mislopen van de laatste trede.
- Synonym
Hij viel stijl naar beneden.
- Related Word
De zwaartekracht zorgde ervoor dat hij snel naar beneden viel.
- Simple
Hij viel neerwaarts van de trap en raakte gewond.
- Past Tense
De vrouw viel neerwaarts tijdens de wedstrijd.
- Interrogative
Viel hij neerwaarts van de trap?
- Context & Scenario
Tijdens de gymnastiek viel hij neerwaarts van de balk.
- Interrogative
Ze viel als een baksteen neerwaarts van de ladder.
- Complex
Omdat hij niet goed oplette, viel hij neerwaarts van de trap.
- Present Tense
De man valt neerwaarts van de ladder.
- Declarative
Hij viel neerwaarts van de trap.
- Imperative
Let goed op en val niet neerwaarts!
- Context & Scenario
In het café hoorde ik dat ze plotseling neerwaarts viel tijdens haar optreden.
in een bepaalde toestand terechtkomen
(iemand valt in slaap)
Hij viel in een diepe slaap na een lange dag.
Na de wedstrijd viel ze van vermoeidheid bijna in slaap.
- Compound
De student viel in slaap, en de leraar merkte het niet op.
- Present Tense
Hij komt vaak in een ontspannen toestand na yoga.
- Declarative
Ze zijn in een staat van rust na hun vakantie.
- Context & Scenario
Tijdens de les begon hij in een slaapachtige toestand te vallen.
- Related Word
In zijn droomtoestand ontdekte hij een nieuwe wereld.
- Simple
De baby is in een rustige toestand.
- Past Tense
Gisteren viel hij plotseling in een ondiepe toestand van slaap.
- Imperative
Val in een rustige toestand om beter te slapen!
- Context & Scenario
Bij de borrel viel ze in een gezellige toestand van gesprek.
- Idiomatic
Na een lange dag werken, kwam hij in een toestand waarin hij niet meer kon nadenken.
- Complex
Omdat hij zo moe was, viel hij in een diepe slaap tijdens de film.
- Future Tense
Morgen zal ik in een aangename toestand komen tijdens de meditatie.
- Interrogative
Kom je in een andere toestand tijdens de meditatie?
- Context & Scenario
Na het werk voel ik me vaak in een vermoeide toestand.
- Synonym
De toestand van haar lichaam was ontspannen na de behandeling.
in een andere soort positie komen, vaak ongewenst of ongepland
(iemand valt in de problemen)
Hij viel in de schulden door zijn dure uitgaven.
Ze viel in de ongunstige situatie van werkloosheid.
- Compound
We kwamen in problemen en konden de deadline niet halen.
- Present Tense
Ik kom vaak in problemen door mijn tijdgebrek.
- Declarative
Ze heeft altijd problemen met haar gezondheid.
- Context & Scenario
De manager kwam in problemen door de slechte cijfers dit kwartaal.
- Related Word
Het project veroorzaakte veel complicaties en problemen.
- Simple
We kwamen in problemen toen de trein vertraging had.
- Future Tense
Morgen kan hij in problemen komen als hij te laat is.
- Imperative
Probeer niet in problemen te komen tijdens het project!
- Context & Scenario
Tijdens de vergadering voelden we de druk en kwamen in problemen.
- Idiomatic
Als je niet oppast, kun je in de problemen komen.
- Complex
We kwamen in problemen, omdat we vergeten waren te betalen.
- Past Tense
Vorige week viel ik in problemen met mijn werk.
- Interrogative
Ben je ooit in problemen gekomen tijdens je studie?
- Context & Scenario
Ik kwam in problemen toen ik mijn sleutels verloor.
- Synonym
Het is een crisis, en dat veroorzaakt veel problemen.
op een bepaald moment van een oppervlakte afkomen
(de bladeren vallen van de bomen)
In de herfst vallen de bladeren van de bomen.
Wanneer het koud is, vallen er vaak sneeuwvlokken naar beneden.
- Complex
Wanneer het waait, vallen de bladeren van de bomen, die in de herfst hun kleur verliezen.
- Future Tense
Volgend jaar zullen de bladeren weer van de bomen vallen in de herfst.
- Imperative
Laat de bladeren gewoon vallen!
- Compound
De bladeren vallen van de bomen, en de grond raakt bedekt met kleurige bladeren.
- Present Tense
De bladeren vallen nu van de bomen.
- Declarative
De bladeren vallen altijd van de bomen in oktober.
- Context & Scenario
Als het regent, vallen de bladeren sneller.
- Simple
De bladeren glijden van de boomaf naar de grond.
- Past Tense
Gisteren viel er een aantal bladeren van de bomen.
- Interrogative
Vallen de bladeren vroeg dit jaar?