(afval of papier in het vuur gooien)
Mijn opa verbrandt de oude bladeren in de tuin.
Vroeger verbrandden de mensen hun afval gewoon achter het huis.
De boer verbrandt elk jaar de takken van de oude bomen.
In oorlogstijd hebben ze veel belangrijke documenten verbrand om te voorkomen dat de vijand ze zou vinden.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(te lang in de felle zon liggen)
Ik heb me op het strand helemaal verbrand.
Smeer je goed in, anders verbrand je binnen een uur.
Pas op, je verbrandt met dit weer zo je schouders.
(een gebouw dat in brand vliegt)
De oude schuur is vannacht helemaal verbrand.
Gelukkig zijn er geen foto's verbrand bij de brand.
Het hele bos verbrandde in één nacht door de droogte.
(koken en per ongeluk aan laten branden)
De pizza is verbrand omdat ik hem vergeten was.
Let op dat je de uien niet verbrandt in de pan.
Sorry, de koekjes zijn een beetje verbrand.
(sporten om af te vallen)
Met hardlopen verbrand je veel calorieën.
Mijn lichaam verbrandt minder vet sinds ik ouder word.
Een uurtje fietsen verbrandt ongeveer vierhonderd calorieën.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.