(huizen, auto's of spullen tijdelijk afstaan tegen geld)
Wij verhuren ons appartement in de zomer aan toeristen.
De eigenaar wilde het pand niet verkopen, maar alleen verhuren.
Mijn buurman verhuurt zijn garage aan een student.
Vorig jaar verhuurden we de boot voor het eerst aan vrienden.
Ze hebben hun vakantiehuis al twee weken verhuurd.
De makelaar gaat het kantoor namens ons verhuren.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.