NEDERLANDS
🇬🇧

Verhuren

VerbA1

Auxiliary verb

hebben

regelmatig werkwoord, transitief

Het werkwoord 'verhuren' wordt gebruikt om aan te geven dat iemand iets (bijvoorbeeld een huis, kamer of voertuig) tijdelijk tegen betaling ter beschikking stelt aan iemand anders.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

Examples

  • Zij verhuurt haar appartement al jaren aan buitenlandse studenten.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Vorig jaar verhuurde hij zijn huis aan een gezin uit Duitsland.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Ik heb mijn auto verhuurd aan een toerist voor het weekend.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Verhuur je kamer niet aan iemand die je niet kent!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.