Vertellen

Verb

Auxiliary Verb

hebben

werkwoord

De nuances in het gebruik van 'vertellen' kunnen variëren afhankelijk van de context waarin het gebruikt wordt.

Infinitief

Tegenwoordig deelwoord

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij

  • zij / ze

  • het

  • wij / we

  • jullie

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij

  • zij / ze

  • het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Voltooid deelwoord

Gebiedende wijs

Aanvoegende wijs

Examples

  • Vertel het maar tegen iedereen.

    gebiedende wijs, implicatief

  • Ze vertelt over haar liefde voor kunst.

    tegenwoordige tijd, indicatief

  • Hij vertelde altijd over zijn avonturen in het buitenland.

    verleden tijd, indicatief

  • Ik heb het hem verteld.

    voltooid deelwoord, indicatief

  • Het is belangrijk dat je het verhaal goed vertelt.

    aanvoegende wijs, subjunctief