Viertjes
vier
Numeralgetal na drie
- het getal dat volgt op drie en voorafgaat aan vijfHet aantal deelnemers is indrukwekkend.
- de groep van vier personen of dingenDe groep bestaat uit vier studenten.
- de hele of een subgroep van iets dat in vieren is verdeeldWe delen de pizza in vier gelijke stukken.
- de vierde in een reeks, bijvoorbeeld in spelletjes of wedstrijdenDe positie op de ranglijst is belangrijk voor onze kansen.
vieren
Verbvierden iets feestelijk
- een feest of gebeurtenis vierenHet feest begint om acht uur vanavond.
- met iets blij zijn of deze iets een speciale betekenis geven
- de waarde of betekenis van iets benadrukkenDeze gelegenheid vraagt om een feestelijke maaltijd.
vieren
Verbvierden iets samen
- een feest of speciale gelegenheid vieren met vreugde of activiteitenHet feest is leuk.
- uitdrukking geven aan blijheid of feeststemmingBlijdschap vulde de lucht toen het vuurwerk begon.
- iemand of iets in het zonnetje zetten, bijvoorbeeld door te eren of te herdenkenWe eren onze ouders op hun trouwdag.
devier
Common nounonderdeel van iets
- getal tussen drie en vijf, dat volgt op drieEr zijn vier appels in de mand.
- een vierkant of een figuur met vier zijdenDe figuur is een vierkant met gelijke zijden.
- een speelkaart met het getal of symbool vierDe vier van diamanten is een krachtige kaart.
- een groep van vier personen of dingenEr is een groep van vier collega's.