Attributive forms
Als je 'vlug' gebruikt vóór een zelfstandig naamwoord, verandert het vaak naar 'vlugge'. Bijvoorbeeld: 'de vlugge hond' of 'een vlugge reactie'. In de 'bare' vorm (zonder lidwoord) gebruik je gewoon 'vlug': 'een vlug paard'.
- With definite article
- With indefinite article
- Without article
Predicative form
Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijven' gebruik je altijd 'vlug'. Bijvoorbeeld: 'De hond is vlug' of 'Zij wordt vlug moe'.
Comparative
Om te zeggen dat iets of iemand sneller is, gebruik je 'vlugger'. Bijvoorbeeld: 'Hij is vlugger dan zijn zus'. Je kunt ook 'vlugger dan' gebruiken om een vergelijking te maken.
- Base form
- With "dan"
Superlative
Voor de overtreffende trap gebruik je 'vlugst' als het na het werkwoord komt: 'Hij is het vlugst'. Als het vóór het zelfstandig naamwoord komt, gebruik je 'vlugste': 'de vlugste speler'.
- Attributive
- Predicative
Important notes
- usage:'Vlug' betekent snel in beweging of handelen. Het wordt vaak gebruikt om aan te geven dat iemand of iets weinig tijd nodig heeft om iets te doen.
- spelling:In de stellende trap eindigt het bijvoeglijk naamwoord op '-e' in de attributieve vorm (vlugge), behalve in de 'bare' vorm (vlug).
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.