(dagelijkse hygiëne of huishoudelijk werk)
Ik was mijn handen altijd voor het eten.
Zij wast haar auto elke zaterdagochtend.
Was je handen, anders krijg je geen toetje.
Ik was de vaat af terwijl jij het droogt.
Gisteren waste ik de hele dag kleren.
De ene hand wast de andere, zeggen ze in de politiek.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(persoonlijke verzorging, badkamerroutine)
Hij wast zich elke ochtend bij de wastafel.
De kinderen wassen zich voor het slapengaan.
Nadat hij zich had gewassen, voelde hij zich weer fris.
Wil je je eerst even wassen voordat we aan tafel gaan?
(huishouden, wasgoed)
Mijn moeder wast de witte kleren op zestig graden.
We wassen de handdoeken samen met de lakens.
Dit shirt moet op de hand gewassen worden, anders krimpt het.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.