Kan zowel transitief ('iets wassen') als reflexief ('zich wassen') worden gebruikt. Het voltooid deelwoord is onregelmatig ('gewassen').
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
jij / je
u
hij
zij / ze
het
wij / we
jullie
zij / ze
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij
zij / ze
het
wij / we
jullie
zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Gebiedende wijs
Aanvoegende wijs
Examples
Ik was elke ochtend mijn gezicht met koud water.
tegenwoordig, indicatief
Gisteren wasten we samen de auto in de tuin.
verleden, indicatief
Heb je je haar al gewassen vandaag?
voltooid tegenwoordig, indicatief
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.