Week
hetCommon Nounperiode van zeven opeenvolgende dagen
(iemand heeft een drukke week)
Deze week ga ik op vakantie naar Spanje.
Ze heeft elke week een vergadering op maandag.
- Complex
Omdat het een drukke week was, besloot ik om te ontspannen in het weekend.
- Future Tense
Volgende week zal ik een week op vakantie nemen.
- Imperative
Maak van deze week het beste wat je kunt!
- Simple
Deze periode is heel druk.
- Past Tense
Vorige week was hectisch met al die deadlines.
- Interrogative
Heb je deze week alles kunnen afmaken?
- Context & Scenario
Dit weekend hebben we weer een leuke borrel om de week af te sluiten.
- Compound
De week is bijna voorbij, en het was een lange week.
- Present Tense
Ik heb het druk deze week met werk en afspraken.
- Declarative
Het is een drukke week voor hem.
- Context & Scenario
Deze week moet ik veel boodschappen doen.
- Synonym
De tijdsperiode van zeven dagen staat ook bekend als een week.
- Idiomatic
Hij had het zo druk dat hij zei dat de tijd als zand door zijn vingers glipte deze week.
- Context & Scenario
Tijdens werk vergaderen we elke week over nieuwe strategieën.
- Related Word
Een werkweek duurt meestal vijf dagen, maar soms kan het zes of zelfs zeven dagen zijn.
periode van zeven dagen, meestal beginnend op maandag
(iemand heeft vakantie voor een week)
Ik ga volgende week op vakantie.
Elke werkweek begint met een vergadering.
- Complex
Hoewel mijn vakantie pas over een week begint, heb ik al een reisplan gemaakt.
- Past Tense
Vorige week had ik vakantie.
- Declarative
Ik heb volgende week vakantie.
- Present Tense
Elke maandag begint mijn vakantieweek.
- Synonym
Ik kijk uit naar mijn vakantieweek.
- Simple
Mijn vakantie begint maandag.
- Present Tense
Ik geniet van mijn vakantie deze week.
- Imperative
Geniet van je vakantie volgende week!
- Future Tense
Volgende week zullen wij genieten van onze vakantie op Texel.
- Idiomatic
Na een drukke week is een vakantie precies wat de dokter voorschrijft.
- Compound
De vakantie begint maandag, maar ik heb mijn koffer nog niet gepakt.
- Future Tense
Volgende week zal ik van mijn vakantie genieten.
- Interrogative
Heb jij volgende week vakantie?
- Past Tense
Tijdens mijn vakantie vorige week bezocht ik het Rijksmuseum.
- Related Word
Mijn school is een week gesloten voor vakantie.
periode van maandag tot en met vrijdag in de werkcontext
(de werkdagen in een week)
In ons bedrijf is de werkweek van maandag tot vrijdag.
Hij werkt vijf dagen per week op kantoor.
- Complex
Omdat de werkweek zo druk is, verheugt ze zich altijd op het weekend.
- Future Tense
Volgende werkweek zal ik een presentatie geven.
- Imperative
Plan je taken aan het begin van de werkweek!
- Synonym
Hij nam een dag vrij in het midden van de werkweek.
- Simple
De werkweek begint op maandag.
- Present Tense
Elke werkweek werk ik aan verschillende projecten.
- Interrogative
Werkt hij de hele werkweek op kantoor?
- Idiomatic
Na een lange werkweek is een borrel op vrijdagavond welverdiend.
- Compound
De werkweek begint op maandag, en hij eindigt op vrijdag.
- Past Tense
Vorige werkweek had ik veel vergaderingen.
- Declarative
De werkweek is vaak druk.
- Related Word
Tijdens de werkweek maak ik elke avond een wandeling.
- Synonym
Tijdens de werkweek eet ik vaak lunch met collega's.
verwijst soms informeel naar een korte periode
(een paar dagen van een week)
We blijven maar een weekje bij oma logeren.
De klus was binnen een weekje geklaard.
- Complex
Hoewel we slechts kort op vakantie gingen, zagen we veel interessante dingen.
- Present Tense
Ik werk deze week kort vanwege de feestdagen.
- Declarative
Ze blijven kort in de stad.
- Context & Scenario
We gaan kort naar het park voor een wandeling.
- Synonym
Het boek was kort, maar zeer informatief.
- Simple
Ik ga kort op vakantie.
- Past Tense
Ik werkte kort aan dat project verleden week.
- Imperative
Blijf kort bij de presentatie, alsjeblieft.
- Context & Scenario
Laten we kort langs de buren gaan voor een praatje.
- Idiomatic
Laten we even kort door de bocht gaan en besluiten nemen.
- Compound
Ik ga kort op vakantie, maar ik hoop veel te zien.
- Future Tense
Ik zal kort over dit onderwerp spreken tijdens de presentatie.
- Interrogative
Blijven jullie kort in de stad?
- Context & Scenario
We bespreken dit kort tijdens de vergadering.
- Related Word
De pauze was korter dan normaal.