(boodschappen of aankopen doen in de stad)
Zij gaat graag winkelen om nieuwe kleren te kopen.
We hebben gisteren in het centrum gewinkeld.
We winkelen zaterdag samen in Rotterdam.
Ik heb de hele middag gewinkeld en ben doodmoe.
Vroeger winkelde mijn moeder elke week op de markt.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(rondkijken zonder aankoop)
Hij houdt ervan om te winkelen, ook al koopt hij niets.
Zij gaan vaak winkelen om inspiratie op te doen voor hun interieur.
Zullen we vanmiddag een beetje gaan winkelen?
(aankopen doen via een webshop)
Ik ga vaak winkelen op internet omdat het gemakkelijk is.
Tijdens de solden winkelen veel mensen online voor kortingen.
Tegenwoordig winkelen de meeste mensen 's avonds online.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.