🇬🇧

Wonen

1
Simple
Compound
Complex
Present Tense
Past Tense
Future Tense
Declarative
Interrogative
Imperative
Context & Scenario
Context & Scenario
Context & Scenario
Synonym
Related Word
Idiomatic
Een klein, gezellig huis aan de rand van een groene bos met een familie die buiten speelt.
2
Compound
Future Tense
Imperative
Context & Scenario
Synonym
Simple
Present Tense
Declarative
Related Word
Context & Scenario
Idiomatic
Complex
Past Tense
Interrogative
Context & Scenario
Synonym
Related Word
Een vrouw zit comfortabel in een moderne appartement, omringd door planten en hedendaagse kunst, met een uitzicht op de skyline van de stad.
3
Complex
Compound
Simple
Abstract expressionistische afbeelding van een gezellig huis omringd door chaotische kleuren en dynamische vormen, die het gevoel van thuis zijn uitdrukt.

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.